Zeilen 101: de zeiltechniek in een notendop

Gepubliceerd op 6 januari 2018, laatst aangepast op 26 september 2020

Met deze gids heb je de zeiltechniek zo onder de knie

Met deze gids heb je de zeiltechniek zo onder de knie

De zeilsport is een prachtig samenspel van de elementen, maar toch kan het met een hele hoop theorie en een flinke lading termen een ingewikkeld technisch verhaal worden. In de praktijk heb je maar een paar inzichten en begrippen nodig en gaat het zeilen vooral op ervaring en gevoel. Met de volgende basis red je het als beginnend zeiler op het water.

De wind

Inkoppertje, de wind is het belangrijkste instrument van een zeiler. Aan de hand van de wind bepaal je de stand van de zeilen. Een handige theorie om in gedachten te houden is dat de boot onder het zeil draait, maar de stand van de zeilen intact blijft. Dit omdat de wind vanuit dezelfde richting blijft waaien. Het zeil kent vier verschillende standen, aan de wind, halve wind, ruime wind en voor de wind.

Stand van de zeilen bij aan de wind
Stand van de zeilen bij halve wind
Stand van de zeilen bij ruime wind
Stand van de zeilen bij voor de wind

Hogerwal en lagerwal

Hogerwal is de kant waar de wind vandaan komt, lagerwal is de kant waar de wind naartoe waait. Het is lastig om met een zeilboot weg te komen van lagerwal aangezien je niet tegen de wind in kunt varen.

Bakboord, stuurboord, loef- en lijzijde

Zoals je in het normale verkeer links en rechts hebt, heb je op het water bakboord en stuurboord. Bakboord is links, stuurboord is rechts. Dit wordt altijd bekeken vanaf de stuurman. Naast de benamingen bakboord en stuurboord hebben links en rechts op een zeilboot nóg een naam. Loef- en lij. De loefzijde is de scheepszijde waar de wind inkomt en de lijzijde de zijde waar het zeil staat. De loef- en lijzijde veranderen dus zodra je overstag gaat.

Bakboord is links, stuurboord is rechts.

Oploeven en afvallen

Zodra je als zeiler met je zeilboot van koers verandert heet dat oploeven of afvallen. Bij oploeven beweegt de boot zich naar de windrichting toe waardoor je meer aan de wind gaat varen. Als je afvalt beweegt de boot van de windrichting af, waardoor je meer ruime wind gaat varen. Geheugensteuntje: bij afvallen stuur je met het roer van het zeil af, bij oploeven stuur je met het roer richting (‘op’) het zeil.

De basis van het zeilen leer je het beste door het simpelweg te doen

De basis van het zeilen leer je het beste door het simpelweg te doen

Overstag gaan en gijpen

Overstag gaan betekent dat je met het voorsteven van de zeilboot door de wind draait. Tijdens de overstag manoeuvre wordt er aan de wind gevaren en wordt er van koers verandert (oploeven) waardoor het voorsteven van de boot in de wind komt te liggen. Door verder door de wind te draaien vangt het zeil aan de andere kant wind en wordt er aan de wind met het zeil over het andere boord te varen. Bij gijpen draait de boot ook door de wind, maar dan met het achtersteven waardoor het zeil plotseling aan de andere kant wind vangt en overslaat.

Tijdens de overstag manoeuvre wordt er aan de wind gevaren en wordt er van koers verandert

De werking van het roer

Last but not least; de werking van het roer op een zeilboot. Het roer wordt vaak bediend door een helmstok bij het achtersteven van de boot. Anders dan bij een normaal stuur werkt deze omgekeerd. Zodra je deze naar bakboord beweegt zal de boot richting stuurboord bewegen, en vice versa.

In het artikel ‘Zeilen 101: de beste gids om snel goed te leren zeilen‘ gaan we verder in op de praktijk van het zeilen waarmee je als beginnende zeiler je zeilkwaliteiten een boost kunt geven.